Zdrastvujte,
Een nieuwe update, nieuwe verrassingen, nieuwe wegen. Na onze Russische moeilijkheden in Ulaanbaatar bieden we jullie deze keer wederom een episode vol administratieve leukigheden vanuit Kiev, veruit Oekraines meest gezellige en cosmopolitische stad.
Eerst sluiten we onze tiendaagse door de Russische federatie echter af. In stijl, met een fantastisch orgelpunt: Volgograd, het voormalige Stalingrad, waar het Duitse leger tot stand werd gebracht in WOII…
Laat op de avond rolt Rosie de miljoenenstad binnen, het verkeer is er luw en links voor ons duikt na enkele kilometers plots een grote schaduw op, Mamaev Kurgan, de heuvel waar zovele duizenden gesneuveld zijn tijdens de slag. Tim parkeert de auto en we wandelen het park in voor een nachtelijk bezoekje. De sfeer is wat mysterieus, zo laat op de donkere paadjes. We bereiken het fel verlichte standbeeld van het Moederland dat de Russen aanspoort de wapens op te nemen en te strijden voor haar behoud. Zo’n 80 meter hoog steekt ze uit boven het landschap, een gigantische betonnen sculptuur temidden van een versgemaaid stukje groen gras, zwaard in de lucht, enkel gehuld in een fijn wapperend kleedje. We zigzaggen naar beneden en bereiken een paviljoen met een eeuwige vlam, omhooggehouden door een arm die uit de grond steekt, als een reus uit zijn graf. De muren zijn bezet met amberkleurig mozaiek, de namen van gesneuvelde soldaten zijn af te lezen van de glitterende wand. Een spiraal leidt naar een ondergrondse gang en plots staan we weer buiten, uitkijkend over een grote rechthoekige vijver. Daar zijn nog wat standbeelden en gravures langs geplaatst; verder de heuvel af komen we nog een heroisch standbeeld tegen van een strijdende soldaat, borstkas ontbloot, machinegeweer in de hand, nog meer sculpturen, tot we het einde bereiken, de voet van de heuvel.
Het wordt laat en de laatste mensen verlaten het park. Ook wij klimmen terug omhoog en kruipen na een lange dag in de auto.
We bezoeken het memorial-complex nog eens, deze keer vroeg in de ochtend. De lange ritten en snelle tijdstransformaties maken ons vreemd genoeg vroege vogels, en om 7u klimmen we al weer naar het indrukwekkende standbeeld, prachtig verlicht door de vroege zon, onder een donkerblauwe hemel. De vloeren worden geveegd en de grafstenen mooi verzorgd. Het zou een oorlogsbegraafplaats in de Westhoek kunnen zijn, maar de Russen hebben een andere manier om met oorlog en de gevolgen van oorlog om te gaan. Voor hen is het een overwinning. Ik kan mij niet herinneren ooit een afbeelding te hebben gezien van een strijdende soldaat in Ieper en omstreken, laat staan een standbeeld zo groot als de IJzertoren, dat een zwaard vooruit in de lucht steekt. De sfeer in het paviljoen met de eeuwige vlam is veel gematigder. Het is een zeer mooi gebouwtje, met een oculus in het dak dat enkele centimeters omhoog geheven is, zodat de medaillons aan de zijkant natuurlijk verlicht worden.
We rijden naar het centrum en drinken een koffietje. We wandelen langs de kade en werpen een blik over de brede Volga. Daarna is het tijd voor nog wat meer oorlogsverleden. Het Museum van de slag bij Stalingrad ziet er uit als een witgeverfde koeltoren. het staat vlak naast een oude graan-opslagplaats, de enige ruine die nog overblijft na WOII. Rondom staan tanks en gevechtsvliegtuigen opgesteld, waaronder een Spitfire met communistenster. het museum zelf is niet zo speciaal: attributen van soldaten, brilletjes van velddokters, vazen en houtsnedes, bureaulampen medailles en briefmessen; geen uitleg in het engels natuurlijk, enkel russische opschriften. Bovenaan is er een 360-graden schilderij gemaakt van de oorlogssituatie op de top van Mamaev Kurgan. Wel eens interessant, maar niet zo indrukwekkend als gehoopt; we zijn waarschijnlijk een beetje te veel verwend met ‘In Flanders Fields’.
Na een laatste wandeling en een snelle maaltijd zeten we de laatste etappe van onze transit in, nog 450km naar de grens. We komen aan rond 00.30u en zetten de chronometer stil: in 9 dagen, waarvan we er 7,5 gereden hebben – in totaal 103 uur – legden we 6810km af. Dit betekent dat we aan een gemiddelde snelheid van 66,1km/u hebben gereden. Niet slecht, lijkt het ons. Ook bij het oversteken van de grens breken we records: 20 minuten om rusland uit te rijden, 50 minuten om Oekraine binnen te rijden. We moeten wat meer grenzen oversteken bij nachte denken we zo.
Ons volgende doel is Kiev. We willen ons visum voor rusland zo snel mogelijk aanvragen, want blijkbaar duurt dat 10 dagen. We hebben onze plannen wat veranderd. We rijden rechtstreeks naar Kiev en vandaaruit doen we een toer met de trein, dat is gemakkelijker en goedkoper en dan pikken we ons visum 10 dagen later gewoon weer op vooraleer we Rusland weer binnenrijden.
Op naar Kiev dus, 900km van de grens, via…de E40! Een dagje rijden leidt ons via de vertrouwde verkeersader naar de hoofdstad, soms via tweevaks-delen met ruw oppervlak, naar het einde toe in volle glorie, via een prachtige, gladde zesvaksbaan, met een hypermoderne kabelbrug over de Dnipro naar het centrum. De sovjet-logica is er niet langer van toepassing, we rijden weer een westerse grootstad binnen met zijn meer complexe, organische opbouw. We voelen ons weer een stap dichter bij ons thuis, en parkeren ons huis naast het barokke operagebouw.
Een dagje administratie: we trekken onze geklede jas en kamelen/yak-sjaal aan en gaan op pad. eerst moeten we internet vinden, om onze LOI af te drukken. De internet-plaatsen uit onze gids bestaan niet meer en het duurt een klein uurtje (voornamelijk heen- en weergeloop over de grote Boulevard Krechynatyk) vooraleer we Oscar’s internetclub vinden. Eerste tegenslag: de mensen van waytorussia.com hebben ons gemaild dat we eerst even moeten controleren of we wel degelijk een visum kunnen krijgen in Kiev. Hup, de metro in, naar het consulaat. We wachten een dik anderhalf uur voor de deur. We worden naar de consul gewezen en die vertelt ons dat we geen visum kunnen krijgen hier. Lap. Belgie staat op een lijst met een veertig-tal landen die enkel een russisch visum kunnen krijgen in hun eigen land. Geen touristenvisum, geen transit, niks. Probleem. Les geleerd: als je naar Rusland wil gaan, zorg dat alle visum-zaken thuis al geregeld zijn.
We kunnen naar Wit-Rusland, bedenken we als we weer op straat staan. Zo naar het noorden, door de Baltische staten, waar we met Pieter afspreken, en met de boot naar Finland.
We duiken de konijnenpijp in en rijden terug naar het centrum. De ambassade van Wit-Rusland is nog niet open dus schakelen we over op terassjes-modus. Geen beter manier om gedachten op orde te stellen als met een dubbele espresso of amerikano onder de neus, met zicht op een drukbewandelde hoofdstraat. We wegen de mogelijkheden af en keren terug naar de ambassade. Een grijze man wijst ons naar de overkant van de straat, een klein bureautje in een donkere steeg. Ziet er louche uit, maar het blijkt ok te zijn. Een man in een klein kamertje vertelt ons dat als we kennissen hebben in Wit-Rusland, het geen probleem is om een visum aan te vragen. Terug naar Oscar dus om Frederick eens op te bellen (mijn neef, getrouwd met Maryna, wiens familie uit Wit-Rusland komt). We verzamelen snel alle gegevens – nog eens merci Frederick en Maryna! – en keren terug naar het consulaat, net op tijd om onze aanvraag in te dienen.
We vieren de nieuwe wegen met een pint in de ‘Shalena Mama’, voor we Oscar’s duistere hol voor de derde maal inkruipen om onze mails en telefoontjes na 10 dagen rushen even bij te werken. We sluiten de dag af in de gezellige ArtClub44, met een jazz-optredentje en een frisse Стелла Артуа.
Een dagje sight-seeing: we starten met een koffietje in een van de vele koffiehuizen en beginnen aan onze tour. Een marktgebouw, een half dozijn kerken – telkens met ajuinen op de torens en gouden koepels tussenin, een grote iconostasis die de voledige ruimte doorbreekt – een huis met neushoorns en kikkers op de dakrand, een goot plein met fonteinen, een leuk krullend straatje met souvenir-standjes,… We eten in het Oekraiens equivalent van ‘de brug’ en krijgen bericht van Olga – een kennis van Pieter – dat ze over een half uurtje in het station zal zijn. Terug de metro in en naar het station, dus. Samen met Olga kopen we onze treinticketten voor de volgende dag. Ze zegt ons dat de auto parkeren achter het station geen probleem zou mogen zijn, dat er in Kiev normaalgezien geen auto’s gestolen worden, en zelfs zelden gepickpocket wordt.
We sluiten de avond af in de Baraban, waar we een kort gesprek hebben met enkele franse journalisten die verslag uitbrengen over Kyrgizie. Interessant om hun verhaal eens te horen.
Oekraine is misschien wel het meest bekend omwille van de kernramp in Chernobyl. Nadat we de auto hebben verzet gaan we dus naar het museum over de ramp. Met een audioguide lopen we rond in het naar slechte gewoonte overvolle museum (opnieuw, brilletjes, pijpen, verrekijkers, kindertekeningen, vlaggen, paspoorten, …). Leuke installaties, zoals een maquette van de reactor en een diorama met de illustratie van de ramp, worden overspoeld door een berg aan nutteloze en pathetische (kunstwerk met iconostasis uit verlaten kerk) informatie en we komen ietwat overdonderd weer terug buiten.
In de namiddag bezoeken we een klooster, waar enkele grotten met mummies zouden moeten zijn. We vinden de grotten niet en moeten onszelf tevreden stellen met een repeterend mannenkoor in een mooie kerk. Donkere wolken komen aanzetten, maar we willen nog een standbeeld zien. Nog eens een afbeelding van het Moederland, deze keer in titanium. Minder indrukwekkend als het beeld in Volgograd, helaas, en wanneer het begint te druppelen haasten we ons terug naar het dichtstbijzijnde cafeetje.
We zorgen dat de auto goed gesloten is, dat we niks kostbaar achterlaten en dat ze er vuil genoeg uitziet om elke potentiele dief af te schrikken. Daarna springen we op de trein, richting Odessa, benieuwd naar wat deze nieuwe manier van reizen ons te bieden zal hebben.
Olga komt niet opdagen, en onze telefoon werkt niet meer (ze had een examen voor een doctoraat horen we enkele dagen later). Haar plaats wordt ingenomen door een vrolijk besnorde truckchauffeur die ons een flesje bier aanbiedt. Algauw ligt hij te ronken en rollen ook wij ons bed uit. Iets wat we met Rosie niet zomaar kunnen doen, rijden en slapen tegelijkertijd.
De vrouw verantwoordelijk voor onze wagon wekt ons een uur voor de trein het station bereikt. We drinken een theetje en voor we het goed en wel beseffen rijden we Odessa binnen. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen. ‘Subtropisch microklimaat’ lezen we in de Lonely Planet, ‘mooie vrouwen’ horen we van onze mannelijke collega-reizigers. De legendarische Potemkin-trappen liggen op ons te wachten, en wie anders dan Philippe, die we voor het eerst ontmoetten in Murghab, is er om ons te ontvangen. We checken in in de Babushka Grand hostel, gerund door een Amerikaanse inwijkelijng, John en zijn Oekraiense vriendin Marsha. Philippe begroet ons warm, en we praten wat bij over een koffie in de leuke herberg.
We gaan op stap in de stad en zijn ietwat ontgoocheld. Het subtropisch klimaat blijft uit, de vrouwen kleden zich ernaar, en de Potemkin-trappen blijken van nergens naar nergens te leiden. Jammer, dat hadden we toch niet echt verwacht. Terrasjes-modus dan maar in het leuke Kompot-cafe. Algauw keren we terug naar de herberg waar er kip-curry bereidt wordt.
Nog maar een troef van Odessa hebben we nog niet beproefd, het nachtleven. Met een bende uit de herberg gaan we naar ‘Schaef’, een alternatieve club die net die avond zijn deuren opent. Onze verwachtingen worden deze keer wel ingelost, en we blijven op tot de vroege ochtend.
Voor het eerst sinds lange tijd kunnen we lang slapen. Zeer lang. Ergens na de middag kruipen we uit ons bed en leren van Philippe en de andere half-residentiele herberg-gasten hun levensstijl: hangen. We lezen wat, liggen in de zetel, babbelen over onbelangrijke zaken, eten een pizza en gaan uiteindelijk gewoon vroeg gaan slapen.
De volgende dag is van hetzelfde kaliber. We brengen de dag door in de herberg, tot we onze trein moeten halen naar Lviv, opnieuw een nachttrein.
De volgende ochtend is de hemel weer perfect helder. Vol goede moed gaan we op pad in Lviv. Een gezellig stadje, met mooie kerkjes, een leuk hoofdplein met een stadhuis, enkele kleine en wederom volgestouwde musea. We bezoeken het apothekers-museum, achterin een echte apothekerij, en vinden er weegschalen, flesjes met vreemde poeders, gekke instrumenten om pillen te vermalen etc. We kopen enkele boeken in een grote boekenwinkel en gaan op zoek naar een leuk cafeetje. In een victoriaans aandoende bakkerij eten we wat taart en spreken met enkele Nederlanders die tot onze grote ontsteltenis met Whizz-air naar hier gekomen zijn. Niet eerder voelden we ons dichter bij huis.
na heel wat koffiedrinken-en-boekjeslezen in verschillende etablissementen in de stad keren we terug naar het station, waar we op onze laatste trein van deze korte excursie springen.
Sinds gisteren zijn we terug in Kiev. We waren opgelucht onze trouwe Rosie in goede staat terug te vinden. We hebben onze visa opgepikt en zijn dan nog maar een pint gaan drinken om dat te vieren. We hebben onze zoektocht naar een Kachapuri Acharuli volbracht door gisteren in een Georgisch restaurant te gaan eten. Omdat het ons de eerste maal zo goed bevallen was zijn we ook nog eens naar ArtClub44 geweest.
Straks starten we onze Rosie weer en gaan we naar de grens. We rijden morgen Wit-Rusland binnen, waar we een afspraak hebben met de familie van Maryna. We hebben er vertrouwen in dat deze nieuwe weg ons ook heel wat interessants te bieden heeft.