The Last Post

19 11 2010

Guten tag, beste vrienden,

Weg zijn de sneeuw en de maagdelijke taferelen. Aan onze begroeting kan je wel uitmaken waar we ons momenteel bevinden. Het geboorteland van onze trouwe Rosie heet ons voor de tweede maal op deze reis welkom met alle hemelwateren die ze voorhanden heeft. Enkele honderden kilometers Duitse Autobahn hebben ons tot in de buik van Berlijn gevoerd, voor de deur van onze bijzonder sympathieke vriendin, Barbara.
De voorbije dagen zijn snel gegaan, we beseffen nauwelijks dat er alweer een week voorbij is. Misschien wel omdat we het bijzonder druk gehad hebben. Welja, druk… In elk geval, nemen we toch nog even de tijd om ons laatste verhaal te doen, het verslag van nog enkele prachtige dagen in de meer herbergzame delen van Scandinavië.

Trondheim was mooi. Een zeer gezellige universiteitsstad die ons terug deed denken aan Gent. Daar lag nog sneeuw op straat, wat een wandelingetje door de pittoreske straatjes met mooie houten huizen enerzijds een zeer bijzondere sfeer gaf, anderzijds een heel stuk gevaarlijker maakte. Het was er voor de eerste maal op reis écht koud, maar met onze slaapzakken gemaakt van kuikentjes was dat allemaal geen probleem. De deuren van de auto daarentegen hadden wat meer problemen, alsook ons gaspedaal, die niet zoveel zin meer hadden om te bewegen na een nachtje van rond de -10. Na een ochtendlijk bezoek aan de prachtige kathedraal en de kroonjuwelen van het Noorse koningshuis lieten we de auto wat opwarmen en zetten we onze tocht zuidwaarts verder. Tegen de avond reden we Oslo binnen en werden we opgewacht door Erlend, een Erasmus-vriend van Tim. Belangrijk feit, in onze agenda pennen we het volgende neer: WOOHOOW 40000km! Na een glas wijn probeerden we nog een caféétje in de buurt te vinden, wat na middernacht blijkbaar niet zo evident is. Ergens op een verloren hoek konden we toch nog een plaatsje vinden waar bier geschonken werd.

Samen met Erlend – ook een architect van opleiding – gingen we Oslo verkennen. Naar de kathedraal, (uiteraard), naar het Pita-kot en naar de Nationale Gallerij met meesterwerken van onder andere Edvard Munch (de schreeuw). Nog een wandelingetje op het dak van het nieuwe opera-gebouw van architectuur-goeroes Snøhatta, en via de vin-monopolie (in Noorwegen wordt de verkoop van wijn en sterke drank streng geregeld door de overheid, en je kan het enkel in deze monopolie-winkels kopen) naar het appartement van Erlend om er gehaktballen met puree en appelmoes te prepareren. De dag werd beëindigd in enkele van de meer gezellige bars in Oslo, tot onze Noorse kronen op waren.

De volgende ochtend lieten we Oslo nog niet meteen achter ons liggen, want eerst wilden we nog het Vikingskiphuset zien, een kerkachtig gebouw waarin enkele opgegraven Vikingschepen tentoongesteld waren. Onder de indruk van de prachtige houten boten en hun schatten, namen we weer plaats achter en naast het stuur van Rosie, om naar Zweden te rijden. In de schemering staken we de grens over en vonden we na een beetje zoeken onderdak in het huis van Lore en Dauwe, goede vrienden van Wim’s ouders.

De volgende dag verlieten we Zweden alweer, en reden we naar de voorlaatste stop van de reis, Kopenhagen. We werden er verwacht door Stine, die we in Kirgizië hadden ontmoet. Ze escorteerde ons naar een gratis parkeerplaatsje en nam ons dan mee naar haar commune, ‘de Vilde Kaniner’, waar we enkele dagen konden logeren. We schoven er meteen onze voeten onder tafel met de andere communeleden voor een lekkere maaltijd en we sloten de avond af met een glaasje wijn en een slokje Letse licqeur dat we deelden met Stine en haar vriendinnen.

Op het appartement van Stine zou een groot feest plaatsvinden zaterdagavond, en ze hadden nog wat glazen nodig, dus vergezelden we Stine naar de Ikea. Na een korte passage bij de zweedse design-gigant (die voor de verandering eens niet gehuisvest zat in een gigantische blauwe doos!) reden we door naar de jachthaven voor een zeiltochtje met Stine’s boot. De wind was echter een beetje te hard, dus hielden we het bij een korte dobbering ter plaatse. Daarna, tijd voor wetenschap in het experimentarium, de Deense versie van Technopolis. Als een voormalig werknemer in het wetenschapspretpark toonde Stine ons alle leukigheidjes zoals windtunnels, giga-zeepbellen, takelsystemen en deeltjesversnellers. Allemaal zeer prettig, maar het gekrijs van enthousiaste kindjes werd ons uiteindelijk toch een beetje te veel. We moesten bovendien nog enkele voorbereidingen gaan treffen (drankjes prepareren, decoratie maken, bordjes ophangen, haar kammen,…) voor de single-party die avond, dus gingen we terug naar het huis van de wilde konijnen. Tegen de avond begon het volk toe te stromen, en werd de groep opgedeeld in koppels. Na een welkomstdrankje gingen we met onze dates aan tafel en ietsje later werd verhuisd naar de dansvloer. Geen nood om alles te beschrijven, we kunnen wel zeggen dat het zeer leuk was en dat we niet vroeg in bed zaten.

’s Ochtends was het dan weer minder evident om er uit te geraken, maar ietsje voor de middag slaagden we er in aan de ontbijttafel plaats te nemen en aan ons eerste koffietje van de dag te slurpen. In de namiddag, na de laatste knopen in ons hoofd te hebben ontward, nam Stine ons opnieuw op sleeptouw; naar een prachtige kerk van Jorn Utzon, een zeer leuk mistig meertje in een buitenwijk van Kopenhagen en een museum van Zaha Hadid. ’s Avonds was het tijd voor pizza en films met de Wilde Konijnen. Wat later kregen we nog bezoek van Spitsboedl – de fantastische vriendin van Stine, die we ook al hadden ontmoet in Kirgizië – voor het nuttigen van een slaapmutsje.

Echt sightseeing deden we dan uiteindelijk de dag erop, zeer handig met de fiets. Voor de eerste maal in 4 dagen zagen we het echte centrum van de stad, met zijn gezellige pleintjes en cafées, leuke kerkjes, musea en parkjes. We sloten ons verblijf in Denemarken af met nog een vrouwenavondje; waterpijp en wijn met Stine, Spitsboedl en Lysdahl, ook één van de vier ‘Danish Girls’ uit Kirgizië. Er zijn minder aangename zaken in het leven.

Hoewel we graag wat langer in Kopenhagen waren gebleven, met de fijne leden van de commune, Stine en haar vriendinnen, moesten we door, op naar de laatste stop op de reis, daar waar oost en west elkaar ontmoeten: Berlijn.
We zijn hier al enkele dagen, en hebben een heleboel mensen ontmoet, en redelijk wat dingen gezien. Mensen van op reis, mensen van Erasmus, en mensen van thuis. Het is het einde van de reis. De rest horen jullie als we thuis zijn. Dank je voor jullie aandacht en prettige commentaren. Tot gauw.
Wim en Tim

Advertenties




Tijd voor reflectie [Nieuwsblad]

18 11 2010

Op reis gaan voor 8 maanden na af te studeren is blijkbaar niet de meest evidente keuze als je kijkt naar de meeste van je vrienden en kennissen die ervoor kiezen een carrière op te bouwen en hun eerste appartementje te huren. Gemengde reactie aan het thuisfront variërend van “Zoveel moeite voor een reisje” tot “Gooi je daarmee geen toekomstmogelijkheden weg”.

Eenmaal onderweg, vanaf de Balkan, kwamen we ze dan plots wel tegen, de ‘wereldreizigers’. De keuze om deze onderneming met een oude bestelwagen te doen, bleek ons dan weer te onderscheiden van deze reizigers. Waarom? “Verantwoordelijkheid”, “risico’s met politie en met de wagen”, “inflexibiliteit om door bepaalde landen te rijden”, “omdat je ervoor met twee overtuigd moet zijn” en “omdat je steeds in dezelfde ruimte zit” zijn enkele van de vele redenen die we te horen kregen onderweg.

Eenmaal je onderweg bent, zou je graag eens wisselen met andere reizigers. Ook voor hen is het gras groener aan de andere kant en ze zouden maar al te graag eens op onze manier reizen. Elke vorm van reizen creëert natuurlijk andere randvoorwaarden.

De meest vrije reizigers die we tegenkwamen zijn te categoriseren onder: de fietsers, de motorrijders de solo-reizigers en de autoreizigers. De eerste komt waar hij maar wil (zolang het niet boven de 45 of onder de -10 graden is), maar moet uit een speciaal soort hout gesneden zijn. Niet enkel omwille van zijn stalen zitvlak, maar ook omdat hij verzot moet zijn op noedels. Door zijn trage snelheid kan hij het zich niet veroorloven dagelijks uitgebreid te gaan eten. De motaars komen in de buurt van onze categorie en zijn iets flexibeler, maar zitten voornamelijk dichter op de buitenwereld. Dat zorgt ervoor dat ze honderd procent in contact komen met de landschappen en de mensen, maar dat zorgt er ook voor dat ze zich niet kunnen afsluiten tenzij ze accommodatie zoeken.

De alleen-reiziger kan zijn plannen aanpassen zoals hij wil, moet niks vooruit plannen en reist mee met wie hij maar wil, maar in sommige streken komt hij niet tenzij hij veel geld heeft of bij toeval ons tegenkomt. Wijzelf behoren tot de laatste categorie die enkele voordelen van voorgaande categorieën niet kent, maar die zich nog steeds kan verplaatsen waarheen hij wil.

Onze grote camionette bezorgt ons een apart plekje in de subcategorie. We zijn niet zo flexibel als een terreinwagen en sommige extreme condities zoals woestijn, steile rotswegen en modder moeten we een beetje vermijden, hoewel we Rosie toch af en toe tot haar uiterste hebben geduwd. Waar wij ons dan onderscheiden van de rest? We hebben het hypersociale voertuig. Niet alleen kwamen we in een sociaal contact met lokale bevolking dat verder ging dan het klant-koper-niveau door lifters mee te nemen en verplaatsten we soms ganse families. Ook hadden we de ongelooflijk waardevolle mogelijkheid om weken soloreizigers mee te nemen en mooie vriendschappen op te bouwen.

We hebben het vervoersmiddel dat ons de grootste logementsflexibiliteit mogelijk leverde. We hadden zoals de mobilhome alle luxe die we nodig hadden (meer dan op kot in Gent waar soms maar één kookplaat werkt, de muziekinstallatie vaak niet dezelfde geluidskwaliteit kent en het eten af en toe uit de frigo verdwijnt). En we waren tegelijkertijd ‘quasi onzichtbaar’: onze oude bolide ‘blende perfect in’ tussen de lokale roestbakken en we parkeerden Rosie waar we maar wilden, uiteraard met een beetje gezond verstand.

Zelfs in het midden van elke grootstad kunnen we onze gordijnen sluiten en er zeker van zijn dat we niet lastiggevallen worden en daarmee sparen we een mooie hap geld uit die we kunnen investeren in belangrijkere dingen dan een bed, zoals lekker eten en lokaal gerstenat! Ook bijvoorbeeld hier boven de noordpoolcirkel gaan we niet naar een hyperduur hotel en verkleumen we anderzijds ook niet in een tentje bij -5°C. We parkeren gewoon onze bolide aan een fjord, steken de verwarming aan en kijken naar het schouwspel van het noorderlicht.

En wanneer we eventjes genoeg hadden van dezelfde vier automuren rond ons elke nacht dan parkeerden ze Rosie ergens en gingen we voor een jeugdherberg, een B&B, een hotelletje, een tent, een zetel bij een ‘couch surfer’ of een bed bij een vriend van een vriend van een vriend van een…





Expeditie Nordkapp

8 11 2010

Hei iedereen!

Ons vorig bericht werd gestuurd vanuit Rovaniemi, net onder de poolcirkel. Dit bericht komt ook van onder de poolcirkel, echter niet meer in Finland, maar Noorwegen, op weg naar Trondheim. De zon schijnt sinds lang weer eens heerlijk in ons gezicht, over besneeuwde wegen, bergen, meren en bomen. Verwacht je maar aan enkele spectaculaire kerstkaartjes!

Met ons nieuw stel banden keken we uit naar een beetje sneeuw op de weg, anders zou die investering voor niks geweest zijn. De eerste dagen na ons vertrek uit Helsinki werden onze wensen echter nog niet vervuld. Na een korte stop in Porvoo reden we via een klein dorpje met radiaalstructuur in het stratenplan naar Imatra. Daar is eigenlijk niet zo veel te beleven, ware het niet dat Alvar Aalto, de grootmeester van Skandinavisch modernisme er één van zijn meesterwerken had neergepoot: de kerk van Vuoksenniska (voor de architecten, de witte kerk met drie afsluitbare delen en ontdubbelde wand). Van modernisme naar classicisme, de grootste houten kerk ter wereld! Minder spectaculair als het klinkt, en bovendien gesloten, dus rijden we ineens door tot Savonlinna, leuk tussen enkele meertjes in genesteld.

Na een frisse ochtendwandeling over brugjes en bossen op eilandjes zetten we onze Aalto-bedevaart voort. Eerst bezoeken we het raadhuis in Saynitsalo (die met de rode bakstenen, het binnenplein en de trappen) en vervolgens begeven we ons naar het Aalto Museum in Jyvaskyla. Genoeg modernisme denken we, als we ook nog eens zijn universiteitsgebouwen in de buurt bezocht hebben. We moeten nog wat kilometers afleggen. Ietsje meer naar het noorden vinden we een parkeerplaatsje en een warme bar in Kuopio.

Op naar Rovaniemi, de hoofdstad van lapland, en … ontworpen door Alvar Aalto, nadat het in WOII vernietigd was door de Duitsers. De dagen worden snel korter en wanneer we aankomen hebben we nog net tijd om de bibliotheek te bezoeken. Ondanks de onheilspellende berichten blijft de temperatuur nog maar net onder nul en blijft de weg sneeuwvrij.

Vroeg in de ochtend gaan we zwemmen in het lokale zwembad en maken een wandelingetje. Voor een kleine 12€ per persoon kunnen we binnen in het ARKTIKA museum met een heleboel info over het poolgebied met al zijn inwoners, fauna en flora, de geschiedenis van finland en lapland, genoeg om toch een paar uren in rond te wandelen. Enkele kilometers meer noordelijk bereiken we in het laatste licht een belangrijke grens en zetten we het verstand even op nul. We gaan op bezoek bij de kerstman, die blijkbaar zijn bureau heeft op de poolcirkel en er de rotatie van de aarde controleert (haha). Hij wenst ons een behouden terugkomst en zegt jullie allen ‘hallo’. We rijden verder en de weg verandert, nogal onverwachts. We hadden er niet meer op gerekend, maar enkele kilometers boven de noordpoolcirkel begint de sneeuw zich op te hopen. Hier en daar spotten we rendieren op de weg en wanneer we bijna Inari hebben bereikt, de sami-hoofdstad van lapland, vinden we een goed kampeerplekje in de donkere bossen.

We worden wakker wanneer enkele rendieren rond onze wagen staan te … wel we weten eigenlijk niet goed wat ze precies doen, maar ze staan er in de sneeuw. We gaan naar Inari, niet meer dan een straat, en kopen er wat rendiervlees. Dan, tijd voor sport, en we doen niks liever als wandelen in de sneeuw natuurlijk. Een heerlijke tocht door sneeuw, bos, over half-bevroren kreekjes en gammele brugjes tot aan een godvergeten kerkje in de wildernis. Na de wandeling is het tijd om het fijne Finland achterwege te laten en het land van de Vikings in te trekken. We kruipen terug in onze warme Rosie en gaan op weg. De sneeuw blijft maar komen en we rijden in één trek door tot even voor noordkaap. Terug in onze tijdszone is het ineens nog een uur vroeger en dus nog wat vroeger donker. Laat op de avond, na een weg met lichte slingeringen, herten op de baan, lange tunnels, en schimmen van het noorderlicht komen we aan in Skarsvåg, het meest noordelijke vissersdorp van de wereld. We worden er ontvangen door Leif, een kennis van een kennis van Tim’s vader. Bij de klim naar zijn oprit ontdekken we waarom iedereen met studs op zijn banden rijdt, onze banden brengen ons slechts met heel veel moeite en heel wat geslier naar boven.

’s Ochtends bezoeken we het bedrijfje van Leif, een driemanoperatie die vis van de boten haalt, klasseert en prepareert om te transporteren naar visverwerkingsbedrijven elders in het land. De Kingkrabben zwemmen er vervaarlijk rond in grote witte bakken en worden naar grootte en geslacht geordend. Leif neemt ons na een koffiepauze met de collega’s mee naar noordkaap – iets wat hij ons niet meteen ziet doen met onze eigen auto. De rit op zich is al zeer spectaculair, over ijzige wegen tussen lege sneeuwvlaktes en ruwe rotsmassa’s, omhoog, tot het einde in zicht is. De laatste meters lopen we tot het uiterste punt, en dan is het tijd voor een vreugdekreet – missie geslaagd! We kijken van op de hoge klif uit over de donkerblauwe Barendtszee en zwarte wolken stapelen zich op in de verte. Voorbij dit punt is er niks meer, enkel ijsschotsen tot aan de Noordpool. We hebben het gevoel dat dit de ideale manier is om Noordkaap te beleven, als het einde van de wereld, in een haast apocalyptische setting, dreigende wolken, ijzige wind. Dit is de plaats waar Thorgal leeft en hij al zijn mythische avonturen beleeft. Je ziet er zo een houten schip op de rotsen versplinteren, en een half verzopen viking aanspoelen. Nadat we terugkomen van Noordkaap, kookt Leif voor ons Kingkrab, vers uit de zee, heerlijk! Met een looksausje en wat brood, eenvoudig, en toch één van de lekkerste dingen van de reis. Aangezien Skarsvåg niet meteen de grootste metropool is van Noorwegen, vullen we de rest van de avond met tv-kijken. We kruipen vroeg onder de wol om de volgende dag alweer terug zuidwaarts te keren.
We gebruiken de korte dag maximaal en rijden al het daglicht op, langs prachtige fjorden en bergen, heen en weer slingerend, en dan leidt de gps ons plots over het water. Met de ferry steken we tweemaal over, en we rijden door tot in Tromsø. We houden ons bezoek aan de lokale pubs kort, want ons budget lijkt er sneller te verdwijnen dan we kunnen bestellen. We keren terug naar onze auto en worden op straat aangesproken door een vriendelijke kerel die ons wat koffie aanbiedt. Het blijkt een actie van de bijbelschool. Na een interessant gesprek kruipen we uiteindelijk toch in bed.

We hebben niet meteen nood aan nog een museum, dus nemen we de kabellift naar de top van een berg. Fervente sporters die we zijn klimmen we helemaal naar de top, waar het uitzicht over de stad temidden het water fantastisch is. Terug beneden hebben we een afspraak met Kristine, een vriendin van een vriendin van een vriend van Tim (we worden hier goed in, niet?). Een koffietje drinken op café en nog een restje Kingkrab van Leif in de auto eten is al wat we doen met de studente slagwerk, want ze moet terug naar haar leerlingen van de mars-band. De hemel is voor het eerst sinds Rovaniemi weer helder, en we denken een kans te hebben om het noorderlicht te zien. Kristine raadt ons een goede plaats aan. We vinden een goed plaatsje met zicht op noord en wachten… We vallen bijna in slaap. Een zeer lichte streep aan de hemel, waarvan we dachten dat het een lichtvlek van Tromsø was, begint plots te bewegen en het spektakel begint. Een zonnestorm bereikt het magnetisch veld van de aarde en partikeltjes beuken op de atmosfeer. Het resultaat is een helder gekleurd licht dat zich beweegt in een brede boog die zich ver van links naar rechts uitstrekt, tussen twee bergen. Het groeit aan en maakt een zigzagbeweging naar beneden, als een soort regen. Het groene licht wordt zo sterk dat het weerspiegelt op het watervlak. Een vallende ster knettert doorheen de lichtshow. De bewegingen sterven weg en groeien weer aan, sterker als daarvoor, met grote cirkelbewegingen, die de silhouetten van de bergen sterk omlijnen. We blijven kijken tot de bewegingen weer wat zijn weggestorven. We zijn moe en onze handen zijn verkleumd, maar we zijn tevreden, want blijkbaar moet je wel wat geluk hebben om dit te zien, en het is wondermooi.

We zijn op weg naar Trondheim. Zonet staken we de poolcirkel weer over. De sneeuw en het ijs blijven ons voorlopig vergezellen. Overdag is het prachtig, de takken van de bomen die doorbuigen onder het gewicht van de sneeuw, de zonnige, witte pieken, de kleurrijke houten huisjes met een pak sneeuw erop, de rivieren die half dichtgevroren zijn, de ijspegels die van de rotsen bengelen. Als het donker is wordt dit soms een angstaanjagend delirium, een donkere tunnel van wervelende sneeuw, waardoor we ons voorzichtig een weg moeten banen. Maar het is het wel waard.

Nog enkele dagen en dan zijn we in Oslo, dan Kopenhagen, dan Berlijn. Nog een goeie week en we zijn thuis. We zitten bovendien aan het einde van onze playlist. Eenmaal terug op sneeuw-vrije wegen is het grote avontuur achter de rug. Tijd om nog even uit te bollen dus. Tot de volgende, of misschien tot thuis.
Warme groeten uit het koude noorden.

Tim en Wim





Heartbreak Hotel [Nieuwsblad]

3 11 2010

In Wit-Rusland verblijven we bij de familie van Maryna, de vrouw van mijn neef. We weten niet goed wat we moeten verwachten van het land maar in het mijnstadje Soligorsk worden we fantastisch door de familie onthaald. Alina en Alex, Maryna’s zus en broer, leiden ons rond in de hoofdstad. Ze zijn zelf niet zo enthousiast over de kwaliteiten van Minsk, maar proberen toch ons de beste kanten te laten zien.

Onze auto heeft dringend enkele herstellingen nodig en Alina vergezelt ons naar de garage om te vertalen voor ons. Niemand spreekt er immers Engels. Geïnteresseerd probeert ze te achterhalen hoe de auto in elkaar steekt, zodat ze ons beter zou kunnen helpen. Siarghey, Maryna’s vader, belt al zijn contacten op om voor ons de beste onderdelen voor onze wagen op de kop te tikken, als het kan schrijft hij de kosten af op rekening van zijn bedrijf. Hij regelt een bezoek aan de zoutmijnen waar hij vroeger werkte. Enthousiast gebarend en met slechts enkele woorden Engels legt hij ons enkele honderden meters onder de grond uit hoe de productie en verwerking van het rode Kaliumzout verloopt – Alina, die ook voor het eerst in de mijnen is, vult de moeilijke delen aan.

’s Avonds neemt Siarghey ons mee naar de Banja, de typische, hete sauna. Allemaal naakte mannen in een kamer vol stoom, met gekke saunahoedjes en handschoenen aan, een bos berkenbladeren om de bloeddoorloop te stimuleren. Het is een fantastische ervaring en we voelen ons compleet hernieuwd nadat we een grote metalen emmer vol ijskoud water over ons hoofd uitgegoten hebben.

Mama Natasha bereidt voor ons een heerlijke maaltijd, lekker vlees, champignons met zure room, een lekker slaatje, zoete appeltaart als dessert. We slapen snel in het vers opgemaakte bed, na een laatste theetje. Na een dagje bladeren rakelen en barbecueën in hun groentetuintje valt het ons moeilijk afscheid te nemen van de familie die ons zo gastvrij in huis genomen heeft. We voelen ons thuis – niet meer zoals we het hadden in Jalal-Abad of nabij Song-Kul, maar echt thuis. We willen niet meer weg. Misschien is het de temperatuur die wel al eens onder nul durft te zakken, of de bomen die beginnen te kalen, misschien is het omdat we al zo dicht bij huis zijn. We moeten echter voort. Onze vriend Pieter wacht ons op in Riga. De nieuwe Europese staten Letland en Estland beloven heel wat moois, niet te vergeten Scandinavië …

Toen we op reis vertrokken – ondertussen zeven maanden geleden – hadden we enkele zaken in rekening gebracht. De auto zou onderweg de geest kunnen geven, of één van ons beiden wordt ziek, of we missen de boot in Azerbeidzjan of we worden bestolen. Heel wat risico’s die ons naar huis zouden doen terugkeren, het einde van de reis. Maar niettemin vertrokken we, omdat het een avontuur zou zijn, omdat we ondanks al die gevaren geloofden in het slagen van ons project. Er was echter één iets waar we niet op voorbereid waren: de mensen die je willen laten blijven waar je bent, je doen twijfelen aan de zin van jouw reis.

We rijden weg uit Helsinki. Enkele minuten geleden hebben we Pieter achtergelaten aan het vliegveld. Tijd voor overleg. We hebben nog geen winterbanden gevonden, die we nodig hebben voor onze tocht naar Noordkaap en die laatste dagen zullen ons nog veel geld kosten. We hebben daarentegen net twee fantastische vrouwen achtergelaten in de stad, die we liefst van al nog wat beter hadden leren kennen. We voelen ons wat verloren. We bleven slapen bij de zus van Linda, een vrolijke Finse die we in Ulaanbaatar tegenkwamen. Een avondje op café met Silja en haar vriendin Tuuli en we zijn meteen verliefd. Drie dagen zijn echter te kort om hen goed te leren kennen.

Wanneer we vertrekken voelt het aan alsof onze Rosie ons uit hun armen wegrukt om ons voor zich te houden. Een bandenhandelaar stuurt ons naar zijn collega in Porvoo, 50 km verder. Liefst van al keren we om, terug naar onze Finse vriendinnen. We staan op het punt voor hen die laatste prachtige kilometers op te geven. Maar we zetten onze gevoelens even opzij. Er is geen uitweg, geen ontsnappen aan dit gebroken hart. We reizen in een ‘heartbreak hotel’. Dit is wat de reis zo mooi maakt en tegelijk zo moeilijk, alle mooie mensen die we ontmoeten en de noodzaak om ze weer achter te laten in hun eigen wereld. We kunnen enkel hopen ze op een dag terug te zien…

We krijgen onze winterbanden voor een ‘very special price’. Het noorden met zijn koude mysteries roept ons. Zowel rationaliteit, economisch besef, als emotie worden aan de kant geschoven, in functie van wat onze laatste krachttoer van de reis moet worden. Omdat het ons plan was in het begin, omdat dit net de reis zin geeft, omdat we het plan willen volbrengen.





Trollen en elfjes

1 11 2010

Moi!

Blog update vanuit de comfortabele autozetels terwijl we de kilometers onder ons uit laten bollen. Wim achter het stuurwiel en ik achter de typemachine. Het lijkt eeuwen geleden. De laatste maal moet in Rusland geweest zijn. De éérste keer Rusland wel te verstaan. Geen hobbelige wegen, maar pekzwart en zijdezacht asfalt. We zijn op dit ogenblik op weg naar het laatste spectaculaire avontuur van onze reis: 1500km afleggen boven de noordpoolcirkel en het volledig tot noordkaap waar maken. Eén van de uitersten waarmee we Rosie en onszelf op de proef willen stellen.

Momenteel rijden we door Finland, het land dat volgens verschillende vrienden en familieleden niet zo bijzonder zou zijn. Grote leugens! Mystieke sfeer rond de honderdduizenden meertjes en bijna evenveel eilandjes, mooie architectuur die varieert van een eenvoudige blokhut tot modernistische praalstukjes en heerlijke slingerende wegen door dennen- en berkenbossen die in tegenstelling tot hun Russische varianten niet tegensteken dankzij de afwisseling van meren, mossen, rotsen en heuveltjes.

Afgelopen 12 dagen waren anders dan alle dagen op onze trip. Weg uit verre onbekende landen en de EU binnen. Reizen met een vriend. De nadruk op steden. Minder geld uitgeven aan diesel door kleine afstanden, meer geld uitgeven aan gezellige avonden.

Ons afscheid van de familie in Soligorsk werd nog eventjes uitgesteld door de autoperikelen. Het duurde nog een volledige dag, maandag 18 oktober, voor de garagisten ontdekt hadden waar het probleem precies zat. De luchtbelletjes in de dieseltoevoerleiding werden meegezogen vanuit de dieseltank zelf, waar het buisje dat de tank in gaat een beetje afgezien had van ouderdomsverschijnselen. Het positieve aan de zaak was dat we nog eens konden genieten van een heerlijke maaltijd.

Na het stationaire leven moesten we opnieuw de weg op, dus dat deden we dan maar meteen vol overtuiging. We stonden om 5u30 op, zaten in de auto om 6u30 en dropten Alex om 8u30 al af in Minsk 150km noordelijker. Ter ‘ontspanning’ bezochten we een communistische herdenkingssite in Khatyn. Impressionant en beklijvend. Vervolgens nog een mooie trek naar het noordwesten, de grens met Litouwen over. Of beter, de grens met de Europese Unie over. Onze laatste grens over! Aan de Wit-Russische kant waren de officieren eerst wat achterdochtig en mocht ik in het kantoor uitleggen waarom we het land niet via dezelfde grens opnieuw uitreden. Na het volledige verhaal en het bekijken van de documenten sloeg de achterdocht om in verwondering en werd het vragensalvo afgebogen naar vragen over de verre onbekende landen. Mijn duim in de lucht moest Wim, die aan de andere kant van het lamellenraam stond, geruststellen dat alles nog in orde was na een half uur “ondervragen”. De Europese grenspost leek dan weer zo onrealistisch snel te gaan voor ons als EU-burgers dat het toch wel oprecht als thuiskomen aanvoelde. Eerst tussen de streng bewaakte hekkens van ‘Fort Europa’, maar dan in de lijn van de ‘EU-members’ enkel eens het paspoort tonen, de achterdeuren openen, opnieuw sluiten en hup!
Vilnius reden we snel door, want tijd om Litouwen te bezoeken hadden we jammergenoeg niet omdat Pieter de volgende dag in Riga op ons zou wachten.

De volgende dag een mooi barok paleisje van Bartolomeo Rastrelli op het menu in Rundale. Iets na de middag werd ons ‘reisteam’ dan uitgebreid met één lid. We vonden Pieter in een gezellig cafeetje in Riga en besloten onze ‘driepersoonskamer’ naar een parkeerplekje net buiten het centrum te rijden omdat vanaf hier opnieuw een andere werkelijkheid op de proppen kwam: Europa, waar parkeren in het stadscentrum duur is!
Na wat rond te wandelen tussen intrigerende ‘Jugendstill’ bouwwerken en de historische stad bij valavond te fotograferen gingen we lekkere uiterst goedkope pelmeni eten en gaven we ons geld dan maar uit aan een koffie in de duurste koffie- en likeurzaak van Riga. Na een koffietje hoorde natuurlijk een biertje om op onze nieuwe gezelschap te klinken en na een aantal maal geklonken te hebben lieten we ons door vijf studentes meenemen naar een echte studentenfuif. Ons opladen met energie was geen probleem en hoe laat het die avond geworden is, is niet zo belangrijk.

De volgende ‘ochtend’ rond een uur of één opgestaan. Gewoon omdat we moe waren. Als echte dagjestoeristen bezochten we de binnenstad, haar leuke pleintjes en kerken en aten we vervolgens een traditionele Letse maaltijd.
Na een laatste koffietje genoten we van onze flexibiliteit en reden we rechtstreeks naar Sigulda alwaar we onze aankoop van ‘Riga balsam’, een zwarte Letse likeur, testten voor we vroeg onder de wol doken.

De volgende ochtend was het tijd voor een Vlaamse klassieker. De gordijnen open en het gevoel overvalt je meteen: Ik voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw! Niet echt onze eerst sneeuw, maar wel voor het eerst dat er ’s ochtends een laagje lag. Een bobslee-track bezoeken kon dus qua sfeer niet beter gepland zijn!
Na dit bezoek volgde een bezoekhoogtepunt van de reis:” The Pension”, een topgeheime sovjetbunker die tot in 2003 nog geheim gehouden werd omdat ze gebruikt kon worden door de ‘secret service’ om bij nucleaire aanvallen onder de grond te duiken en alles te blijven controleren. Onder een rehabilitatiecentrum bevond de bunker zich 10 meter onder de grond en alle materialen waren er nog aanwezig zoals het operationeel zou zijn.
Na de sovjetelementen was het dan weer tijd om onze romantische zielen te vullen met een bezoek aan middeleeuwse kastelen en legendarische grotten.

De volgende dag van Letland naar Estland, wat niet zo’n spectaculaire afstand is in de Baltische staten. Naar Tartu, de levendige studentenstad, waar we konden genieten van een kleinschalige studentenstad met leuke pleintjes, gezellige restaurantjes en cafés. Nachtfotografie werd gevolgd door een welbekende avondactiviteit. In een hardrock café vol ‘hevige metaal fans’ leerden we de Estse bevolking voor het eerst beter kennen.

De volgende dag reden we uiteraard naar Talinn. Nog een citytrip binnen onze grote reis. Eén van de bestemmingen waar je zoals in Brugge op de koppen van de toeristen kan lopen. Novembervakantietrippers, waartussen we opgingen in de bezoekersmassa. Niemand die kon vermoeden dat wij niet met een lowcost maatschappij overgevlogen waren. Maar wat dagtrippers niet doen omdat ze toch alles in een stad zo snel mogelijk gezien moeten hebben deden wij dan weer wel. Een avondje zwembad, stoombad en sauna om vijf dagen vuil af te wassen! Als je met drie heren in een besloten ruimte slaapt moet het toch een beetje proper blijven!

Vorige week maandag werd dan een echte bezoekdag waarbij we het volledige historische centrum en een legendarische gevulde pannenkoek op ons bord kregen, maar blijkbaar hadden we nog nood aan een toetje. We bezochten in het noorden van de stad een leuk park met paleizen en het moderne kunstmuseum.

5u! Tijd om de plas over te steken naar Finland. De tank nog volgooien met de laatste ‘goedkope’ diesel en rond 7u waren we reeds aanwezig op de ferry van Tallink. Een klein verschil met onze vorige overzeese ervaring op de Kaspische zee. In de plaats van één vuile kantine die quasi nooit geopend werd door een heks en 24u geen contact met de buitenwereld, kregen we nu vier bars en snackrestaurants waar continu mooie Estse deernes achter de toonbank stonden en gratis wireless internet ons met het wereldwijde web verbond.
Na een succesvolle overtocht, bezochten we met de Lonely planet en een architectuurplannetje de hoofdattracties van Helsinki. Dure cafés en restaurants zijn een realiteit in Scandinavië, dus we gingen eten in het studentenrestaurant voor we naar onze host reden.
Silja, de zus van Linda die we per toeval ontmoetten in Mongolië, ontving ons met open armen en gaf ons de sleutel na een uurtje in handen omdat zij met een vriendin uitging die avond. Een mooi teken van vertrouwen. Wij gebruikten de faciliteiten van onze tijdelijke vaste woonst en relaxten die avond wat voor we een stapje gingen zetten in het Helsinkiaans nachtleven.

De volgende twee dagen werden opgevrolijkt met de stad wat rustiger te bezoeken, want citytrips zijn leuk, maar vermoeiend. We namen de boot naar Suomenlinna, een eilandje voor de kust van Helsinki met een fort dat tot in de tweede wereldoorlog Helsinki moest beschermen. Daar genoten we vooral van de rust zo vlak bij de grote stad. We kookten lekkere Belgische kost voor de meiden die ons huisvestten: gehaktballen in tomatensaus met puree. En uiteraard zakten we af naar een gezellig cafeetje. De derde dag in Helsinki sliepen we lang uit en bezochten we samen met Tuuli, een vriendin van Silja, het Kiasma museum van Steven Holl dat een interessante permanente tentoonstelling huisvest en waarin een tijdelijke tentoonstelling van de Young British Artists of YBA plaatsvond. We mogen dan al vaste tentoonstellingsgangers zijn, maar om ons vier uur vast te houden moet een museum toch al zeer interessant zijn. Na een laatste avondmaal zetten we nog een klein stapje in de stad om uiteindelijk af te sluiten in cafetaria Rosie waar we nog wat likeur uit Riga en pintjes uit Estland proefden.

Vrijdag was het dan uiteindelijk tijd voor een omwenteling in de reis. We verlieten niet alleen het aangenaam vrouwelijk gezelschap, maar moesten ook Pieter op het vliegtuig naar België zetten. Tijd om met z’n tweeën het laatste grote avontuur aan te gaan!

Eenmaal dat afgerond, was het tijd om Rosie voor te bereiden voor het hoge noorden. Wij hebben degelijk schoeisel, maar met Belgische ‘all season’ banden blijf je beter uit de sneeuw. In Wit-Rusland had Sergej al eens voor ons rondgekeken, maar het beste wat we daar konden vinden waren de goedkoopste Russische winterbanden voor 400 euro en deze zouden in België niets meer waard geweest zijn. Dicht bij de bron de banden gaan halen, dachten we dus. Nokian banden worden geprijsd als de beste en worden hier gemaakt. Maar we moesten even slikken toen we bij de eerste bandencentrale hoorden dat het grapje voor ons formaat van banden 640 euro zou kosten… Na een zoektochtje vonden we de gepaste Nokians voor 400 euro met plaatsing inclusief! Hoogste kwaliteit winterbanden! Wat houdt ons nu nog tegen.

Dit weekend vulden we dan met leuke dorpjes, mooie houten kerken en strakke architectuur van Alvar Aalto. Het leven is weer gebaseerd op ‘on the road’ zijn en veel bezoeken. Na deze zeer gevarieerde dagen opnieuw iets wat we kennen! Weer een beetje thuis op de weg.

Momenteel is het hier nog net boven vriespunt, maar op het ogenblik van schrijven bevinden we ons dan ook nog 200km onder de noordpoolcirkel en 1000km onder noordkaap. Tuuli informeerde ons gisteren dat -20°C reeds geregistreerd was in Lapland, wat verrassend vroeg is dit jaar… De volgende update zal in elk geval opnieuw voor onder de noordpoolcirkel zijn wanneer we opnieuw kunnen typen zonder onze handen elke twee minuten te moeten opwarmen!

Moi moi!

Wim en Tim





De dode Kerk [Nieuwsblad]

18 10 2010

We zijn al ver gekomen. Misschien wel verder als verwacht. Het weer was goed en de auto heeft ons geen enkele maal in de steek gelaten. We zijn gezond gebleven en aan het thuisfront stelt ook idereen het goed. We kunnen al met voldoening terugkijken op een prachtig half jaar vol fantastische avonturen, vriendelijke ontmoetingen en mooie bezienswaardigheden.

We zijn trouwe kerkgangers, misschien zit dat er voor iets tussen?

Nochtans, we hebben toch geen gebeden tot God gericht? Noch hebben we kaarsjes gebrand in de vele kerken die we hebben bezocht, geen enkele gouden heilige gekust; en de bedelaars aan de kerkpoort kregen van ons geen roebel toegestoken.
We houden niet echt van een levende kerk, waar die archaïsche rituelen nog slaafs uitgevoerd worden – de Orthodoxe kerk als absolute publiekfavoriet.

Wij houden van een dode kerk, waar de pleister van de muren afkomt, waar één enkele bejaarde verloren ziel misschien nog zijn toevlucht zoekt in een donker kapelletje dat weggestoken zit in een van de verste zijbeuken. Waar een combinatie van stof en wierook de zonnestralen, die kleurrijk door de glasramen van het koor vallen, vertroebelt en de longen versmacht, waar de tredes van oud marmer enkele centimeters afgesleten zijn door de vele trouwe gelovigen die lang geleden verdwenen zijn. Niemand maalt erom dat je een foto neemt van een klein detail of dat je lichtjes fluistert tegen elkaar. De kerk waar we van houden, daar is God al lang uit verdwenen.

Een zekere architecturale drang stuurt ons echter ook naar die andere kerken, waar we verdwijnen tussen de icoon-zoeners, en dan voelen we ons eigenlijk niet op ons gemak. Het is moeilijk te duiden wat precies dat ongemak veroorzaakt, maar het heeft te maken met de nieuwheid van sommige kerkgebouwen, bij uitbreiding elke plaats van aanbidding. Los van het feit dat het een nieuw gebouw is, gefinancierd door de gelovigen die er elke week of elke dag zonder na te denken binnenspringen – mooie jonge vrouwen en jonge kerels, evenzeer als oudjes – storen we ons vooral aan het feit dat elk gebouw iets kopieert dat enkele eeuwen geleden al eens gemaakt werd.

De fresco’s van de onlangs herbouwde St-Michaelkathedraal in Kiev zien er exact hetzelfde uit als die van de St-Sofia, aan het andere eind van de straat, die dateren uit de 11de eeuw. De figuren hebben hetzelfde vreemde eivormige hoofd en dezelfde baardjes, dezelfde rimpels in hun hoofd en dezelfde kleren, het is echter gemaakt met nieuwe verf, verlicht door nieuwe kristallen luchters en weerspiegeld in de geboende marmeren vloer.

Hoe veel liever lopen we niet rond in die oude St-Sofia, waar de tekeningen al vervaagd zijn of onderbroken door verbouwingen doorheen de jaren, waar de muren niet volgehangen zijn met iconen en de ruimte volledig gedomineerd wordt door de iconostasis, de vloer bestaat uit scheve gietijzeren tegels en stukjes eeuwenoude mozaïek; een gebouw met een logische opbouw en constructie bekeken in zijn lange geschiedenis.

Zo traag we slenteren door die oude kathedraal, zo snel vluchten we weg uit het St-Michaelklooster met zijn belachelijk gigantische steunberen, waar de orthodoxe christenen zich in het opvallend kleine en donkere interieur een weg banen naar de iconen die overal aan de muren hangen. Deze reconstructie lijkt ons een pure verkwisting van geld, dat de mensen veel beter voor andere zaken kunnen gebruiken.

We moeten even terugdenken aan een klein kerkje in Veliko Tarnovo, Bulgarije, waar we bijna vijf maand geleden passeerden. De frescos waren er gerenoveerd, maar op een eigentijdse manier, door een hedendaagse schilder, die niet de minste moeite deed de oude manieren te kopieren; een frisse blik op een oud verhaal, een nieuwe variatie op een eeuwenoud thema. Ook nieuw, geschikt voor het uitvoeren van religieuze praktijken, en toch interessant, refererend aan het oude, maar niet zomaar klakkeloos overnemend.

Dat is uiteindelijk wat we zoeken tijdens onze frequente kerkbezoeken: kunst, iets moois, iets intelligent, slim en spectaculair, sfeervol en speciaal, vanuit ons standpunt als architecten, vanwege onze honger naar kennis en cultuur. We hebben niet veel nodig. Enkele dagen geleden bezochten we een kerk in Minsk, Wit-Rusland. Één van de weinige gebouwen die nog intact waren na de passage van de Duitsers tijdens operatie ‘Barbarossa’. Van buitenaf leek het niet veel speciaals, maar binnenin werden we verrast door de heldere open ruimte, met een weinig opvallende iconostasis en fijne detaillering. Met een glimlach op ons gezicht wandelden we weer naar buiten, gelukkig nog eens een mooie orthodoxe kerk te zien.

Aan de nieuwe kerken hebben we meestal niet veel. Na ze lange tijd te vervloeken wegens het vernielen van religieus erfgoed kunnen we sympathiseren met de sovjetregering, voor wie de waarde van kerken en kathedralen gelijk was aan hun historische en artistieke waarde.

In 1934 werd beslist de St-Michaelskathedraal in Kiev te vervangen door een sportcomplex. Ze erkenden dat enkele mozaïeken van belangrijke historische waarde waren en lieten deze verplaatsen vooraleer de kerk volledig af te breken. Na de onafhankelijkheid van Oekraine in 1991 werd beslist om de kathedraal te herbouwen. In plaats van een interessant nieuw project werd een zo exact mogelijke kopie gemaakt van het origineel. Een evolutie in tegengestelde richting volgens ons. We denken blijkbaar meer en meer als de sovjets die het kaf van het koren probeerden te scheiden en ook liever een dode kerk zagen dan een levende kerk.





De laatste “Democratie”

18 10 2010

Priviët iedereen!

Wit Rusland! De laatste “democratische staat” van onze reis! We schrijven jullie een tweetal uur voor vertrek van bij ons gastgezin in Wit Rusland. Een land dat tourisme niet met open armen onthaalt. Of laat het me correcter stellen: een president die tourisme uit het westen liever niet ziet oprijzen.

Toen we vorige week ongelooflijk enthousiast onze Rosie terugvonden leek alles perfect in orde. Ze stond nog op dezelfde plaats, geen ramen ingesmeten, niets gestolen, enkel een beetje moeilijk starten in het koude weer… Maar toen we Kiev uitreden, op weg naar het noorden, bleken er in de vijf koude dagen dat we haar alleen lieten toch wat dingen veranderd te zijn… Haar jeugdige enthousiasme bleek plotsklaps getemperd door eventjes alleen gelaten te zijn. Haar frisse 90km/h maakte plaats voor een stotterende 75km/h. En dat net voor we nog een leuk dictatoriaal land binnenreden… Gelukkig reden we richting bekende gezichten.

Na een vlotte grensovergang, en de laatste grensverzekering van de reis, tuften we zeer rustig door het vlakke landschap van Wit Rusland tot we bij valavond twee vreemde bergen zagen opdoemen… De door de mens gecreëerde zoutbergen van Soligorsk! Tot hier hadden we het in elk geval gehaald!

Wat volgde was een zelden geziene gastvrijheid. Een hartelijke ontvangst, een week vol lekkernijen klaargemaakt door Natasha, fabelachtige hulp bij de herstellingen aan de auto door Sergei, leuke rondleidingen in het land met Alex en Alina en een heerlijke familiesfeer als interval tussen onze landloperdagen…

De eerste dag moesten er voornamelijk wat formaliteiten geregeld worden. Je kan toch niet verwachten ‘de laatste dictatuur van Europa’ binnen te wandelen zonder een klein beetje papierwerk! We zijn het land binnengekomen met een visum voor privaat bezoek aangezien een toeristenvisum niet zomaar te verkrijgen is. Een toeristenvisum zou betekend hebben dat we elke dag een programma zouden moeten voorgelegd hebben via een reisbureau en onze portefueille zou daarvan nogal afgezien hebben. En aangezien het bezoek aan dit land helemaal niet gepland was, maar een gevolg is van de onmogelijke ingewikkelde en koppige administratie van de russische consulaten, en op één dag gepland is hadden we niet echt een voorbereid plan. We hadden dus zeer veel geluk dat we persoonlijke contacten in het land hadden. Die eerste dag gingen we ons dus gaan registreren met de Alina en vanaf dan waren we ongelooflijk vrij om het land te bezoeken. Geen hotelreservaties en geen geleide tours.

We bezochten de 50 jaar oude stad Soligorsk die op ongelooflijk ‘sovjetiaanse’ wijze in enkele jaren opgetrokken werd om – zoals de naam ‘Zoutstad’ duidelijk maakt – de mijnarbeiders van de nabijgelegen zoutmijnen te huisvesten en maakten van de huiselijke sfeer gebruik om een beetje te ontspannen en een boekje te lezen.
Gedurende het weekend bezochten we met Alina en Alex de hoofdstad Minsk en kregen er dankzij hen een mooie blik op de stad. Variërend van het historische centrum, over traditionele dansen tot de nationale bibliotheek.
Ook Nyasvizh en het kasteel van Mir stonden op het programma waar we een interessant stukje geschiedenis van Wit Rusland konden vinden. Aangezien het land nogal afgezien heeft van zowel de Sovjet-overheersing, als de Duitse inval, zijn deze enkele overgebleven historische gebouwen van groot belang voor heel wat Wit Russen waardoor we tot onze grote verbazing telkens een grote menigte lokale touristen tegen het lijf liepen.

Woensdag en donderdag bezochten we dan Brest. We gingen er lekker eten in de Jules Verne, een chique restaurant met de uitstraling van een gentlemens club, en uiteraard vielen we er helemaal niet uit de toon met onze deftige outfit en onze perfect geknipte haren. We bezochten er, in onze huisstijl, enkele kerken, een museum, een impressionant Sovjetmonument en enkele koffiehuisen. De stad die, met zijn ligging aan de grens van de EU, een sterk verschillende sfeer uitstraalde bracht ons iets te dicht bij huis… We vluchtten er dus snel weg om even het oerbos van Belavezhkaya Pushch National Park te bezoeken; het grootste landzoogdier van Europa, de Zoobr of europese bison, te bezichtigen; en terug naar Soligorsk te rijden met de auto van Sergei en Natasha.

Sergei regelde via zijn vriend Alexander ook een onvergetelijk bezoek aan één van de zoutmijnen van Soligorsk. In een rammelende lift 600m onder de grond zakken was op zich al één van de bijzonderste gebeurtenissen van onze reis en een maffe ervaring. (Een klein detail is dat het hoogteverschil van onze reis hierbij groter dan 5000m geworden is!) Meer dan 20km rondrijden onder de grond in een oude veroeste ‘bus’ over wegen die even slecht waren als in Mongolië, maar hier toevallig 430m onder zeespiegel liggen, was ook iets wat een mens niet elke dag doet. De foto’s van monsterachtige machines die de grond opeten maken wel duidelijk hoe speciaal deze tocht was!

Dit weekend was een lang niet ervaren gebeurtenis. We hadden een echt familieweekend, met gezellige avondmalen, bezoekjes aan de stadstuin, een avond met 50 naakte mannen in een russisch badhuis en barbeque bij nul graden. Een ideale manier om onze week hier af te sluiten!

De dagen tussenin werden een beetje gevuld met het heen en weer lopen tussen verschillende garagisten. Jullie waren het misschien bijna vergeten, maar we waren nog steeds aan het rijden met een kapotte veer, een beetje losgetrilde stuurinrichting en het recente ‘mankement’ van verlies van vermogen. Sergei kende hier in de stad gelukkig de specialisten voor elk autoprobleem en op reserve-onderdelen moesten we niet al te lang wachten. Het resultaat na een weekje werk is: een perfecte stuurinrichting met nieuwe silentblocks, een nieuw roulement links vooraan en een goeie afstelling van de wielen. Een vervanging van olie en van alle filters, een revisie van de dieselpomp en uiteindelijk ook een vervanging van alle toevoerleidingen van diesel. Na veel testen, terugkeren naar de garage en nieuwe dingen testen en vervangen of uitkuisen leek alles in orde, maar tien minuten geleden kwam Wim terug van de garage waar ze de injectiespuiten nog eens zouden doorblazen voor we vertrokken en blijkbaar is het probleem nog niet helemaal opgelost. Rosie startte moeilijk, sputterde tegen om te vertrekken, viel uit en haalde nauwelijks vermogen. De laatste optie dan maar: dieseltank eraf en helemaal uitkuisen! Alle vuile diesel uit centraal Azië en Mongolië eruit! De garagist zag het werkje niet meteen zitten, want onder onze dieseltank zit de watertank die vasthangt met nogal veroeste draadstangen…

Mijn inleiding met “We schrijven jullie een tweetal uur voor vertrek…” moet dus eventjes herzien worden… Wij hopen in elk geval vandaag te vertrekken en hopen op het eigenste moment van deze update dat alles hersteld zal zijn, want we moeten het land uit omwille van onze visums en verzekeringen en Pieter zal op ons wachten in Riga de 20ste… “Op hoop van zegen” dan maar!

Tot de volgende update! Hopelijk vanuit Finland!