De dode Kerk [Nieuwsblad]

18 10 2010

We zijn al ver gekomen. Misschien wel verder als verwacht. Het weer was goed en de auto heeft ons geen enkele maal in de steek gelaten. We zijn gezond gebleven en aan het thuisfront stelt ook idereen het goed. We kunnen al met voldoening terugkijken op een prachtig half jaar vol fantastische avonturen, vriendelijke ontmoetingen en mooie bezienswaardigheden.

We zijn trouwe kerkgangers, misschien zit dat er voor iets tussen?

Nochtans, we hebben toch geen gebeden tot God gericht? Noch hebben we kaarsjes gebrand in de vele kerken die we hebben bezocht, geen enkele gouden heilige gekust; en de bedelaars aan de kerkpoort kregen van ons geen roebel toegestoken.
We houden niet echt van een levende kerk, waar die archaïsche rituelen nog slaafs uitgevoerd worden – de Orthodoxe kerk als absolute publiekfavoriet.

Wij houden van een dode kerk, waar de pleister van de muren afkomt, waar één enkele bejaarde verloren ziel misschien nog zijn toevlucht zoekt in een donker kapelletje dat weggestoken zit in een van de verste zijbeuken. Waar een combinatie van stof en wierook de zonnestralen, die kleurrijk door de glasramen van het koor vallen, vertroebelt en de longen versmacht, waar de tredes van oud marmer enkele centimeters afgesleten zijn door de vele trouwe gelovigen die lang geleden verdwenen zijn. Niemand maalt erom dat je een foto neemt van een klein detail of dat je lichtjes fluistert tegen elkaar. De kerk waar we van houden, daar is God al lang uit verdwenen.

Een zekere architecturale drang stuurt ons echter ook naar die andere kerken, waar we verdwijnen tussen de icoon-zoeners, en dan voelen we ons eigenlijk niet op ons gemak. Het is moeilijk te duiden wat precies dat ongemak veroorzaakt, maar het heeft te maken met de nieuwheid van sommige kerkgebouwen, bij uitbreiding elke plaats van aanbidding. Los van het feit dat het een nieuw gebouw is, gefinancierd door de gelovigen die er elke week of elke dag zonder na te denken binnenspringen – mooie jonge vrouwen en jonge kerels, evenzeer als oudjes – storen we ons vooral aan het feit dat elk gebouw iets kopieert dat enkele eeuwen geleden al eens gemaakt werd.

De fresco’s van de onlangs herbouwde St-Michaelkathedraal in Kiev zien er exact hetzelfde uit als die van de St-Sofia, aan het andere eind van de straat, die dateren uit de 11de eeuw. De figuren hebben hetzelfde vreemde eivormige hoofd en dezelfde baardjes, dezelfde rimpels in hun hoofd en dezelfde kleren, het is echter gemaakt met nieuwe verf, verlicht door nieuwe kristallen luchters en weerspiegeld in de geboende marmeren vloer.

Hoe veel liever lopen we niet rond in die oude St-Sofia, waar de tekeningen al vervaagd zijn of onderbroken door verbouwingen doorheen de jaren, waar de muren niet volgehangen zijn met iconen en de ruimte volledig gedomineerd wordt door de iconostasis, de vloer bestaat uit scheve gietijzeren tegels en stukjes eeuwenoude mozaïek; een gebouw met een logische opbouw en constructie bekeken in zijn lange geschiedenis.

Zo traag we slenteren door die oude kathedraal, zo snel vluchten we weg uit het St-Michaelklooster met zijn belachelijk gigantische steunberen, waar de orthodoxe christenen zich in het opvallend kleine en donkere interieur een weg banen naar de iconen die overal aan de muren hangen. Deze reconstructie lijkt ons een pure verkwisting van geld, dat de mensen veel beter voor andere zaken kunnen gebruiken.

We moeten even terugdenken aan een klein kerkje in Veliko Tarnovo, Bulgarije, waar we bijna vijf maand geleden passeerden. De frescos waren er gerenoveerd, maar op een eigentijdse manier, door een hedendaagse schilder, die niet de minste moeite deed de oude manieren te kopieren; een frisse blik op een oud verhaal, een nieuwe variatie op een eeuwenoud thema. Ook nieuw, geschikt voor het uitvoeren van religieuze praktijken, en toch interessant, refererend aan het oude, maar niet zomaar klakkeloos overnemend.

Dat is uiteindelijk wat we zoeken tijdens onze frequente kerkbezoeken: kunst, iets moois, iets intelligent, slim en spectaculair, sfeervol en speciaal, vanuit ons standpunt als architecten, vanwege onze honger naar kennis en cultuur. We hebben niet veel nodig. Enkele dagen geleden bezochten we een kerk in Minsk, Wit-Rusland. Één van de weinige gebouwen die nog intact waren na de passage van de Duitsers tijdens operatie ‘Barbarossa’. Van buitenaf leek het niet veel speciaals, maar binnenin werden we verrast door de heldere open ruimte, met een weinig opvallende iconostasis en fijne detaillering. Met een glimlach op ons gezicht wandelden we weer naar buiten, gelukkig nog eens een mooie orthodoxe kerk te zien.

Aan de nieuwe kerken hebben we meestal niet veel. Na ze lange tijd te vervloeken wegens het vernielen van religieus erfgoed kunnen we sympathiseren met de sovjetregering, voor wie de waarde van kerken en kathedralen gelijk was aan hun historische en artistieke waarde.

In 1934 werd beslist de St-Michaelskathedraal in Kiev te vervangen door een sportcomplex. Ze erkenden dat enkele mozaïeken van belangrijke historische waarde waren en lieten deze verplaatsen vooraleer de kerk volledig af te breken. Na de onafhankelijkheid van Oekraine in 1991 werd beslist om de kathedraal te herbouwen. In plaats van een interessant nieuw project werd een zo exact mogelijke kopie gemaakt van het origineel. Een evolutie in tegengestelde richting volgens ons. We denken blijkbaar meer en meer als de sovjets die het kaf van het koren probeerden te scheiden en ook liever een dode kerk zagen dan een levende kerk.

Advertenties

Acties

Information

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: